Na het sterke beursherstel bouwen we wat voorzichtigheid in

De laatste maanden kende de beurs een opmerkelijk parcours. December was wereldwijd een “rode” maand. De uitspraak van de heer Powell, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Fed), dat de (kortetermijn)rente nog verder kon stijgen, veroorzaakte immers een verkoopgolf op de beurs.

Het was echter dezelfde man die het beurstij snel deed keren. Amper een paar dagen later herriep hij zijn uitspraak, nu met de boodschap dat de centrale bank zou reageren in functie van de economische gegevens (“data-afhankelijk”). Dat zorgde overal voor opluchting en de beursrally werd eind december ingezet.

En nu? Opnieuw was het voorzitter Powell die de markt op 20 maart dirigeerde. Deze keer was zijn uitspraak niet langer “wachten op gegevens” maar “geen renteverhogingen meer dit jaar”. Analisten fronsten hun wenkbrauwen: wat wil hij ons zeggen? Is er toch meer onzekerheid rond de groei dan we beseffen? Of is het juist het tegenovergestelde en ziet de Fed de inflatie niet langer als een bedreiging? Blijven we in een sprookjesscenario zitten?

Hoe dan ook, in de Fed-teksten die enkele dagen terug gepubliceerd werden, lezen we dat hun beslissingen zullen afhangen van hoe de economische data de komende maanden verder evolueren.

Sedert zijn laatste uitspraak zagen we de beurzen licht stijgen. Vooral de rente, bv. de 10-jarige, reageerde fors. Waar men in de VS een maand terug nog 2,8% kreeg voor een 10-jarige staatslening, is dat vandaag 2,5%. En dit trok ook de rentevoeten in de eurozone mee naar beneden: Duits 10-jarig staatspapier staat vandaag (12 april) op 0,02% – dus een rente in Duitsland op 10 jaar amper boven de nullijn. Daarom worden we iets voorzichtiger op het vlak van aandelen.

We geven u graag hier eerst een beknopt overzicht van de economie, want dit is de basis van onze beleggingsstrategie.